“Iedere voetballer komt op het veld om te winnen.”

In de rubriek Björn wil het weten door Björn de Ruiter

Het is dinsdagavond, Zondag 1 stapt het hoofdveld op en ik kijk vanaf de bar neer op ons beste team. Ik zit tegenover Raoul Graham, het Hoofd Jeugd Opleidingen van onze club. Met hem spreek ik over de stappen die VV Nieuwerkerk maakt als het gaat om de professionalisering van de opleiding.

Wat zijn precies jouw taken in dit hele bolwerk? Ik zie dat je veel met spelers en de voorzitter praat, maar er is vast meer.

‘Met alles wat je kunt bedenken over het voetbaltechnische, van onderbouw naar bovenbouw, houd ik mij bezig. Vragen als ‘wat verwachten we van een spelertje van 8?’ en  ‘hoe moeten we trainen?’ zijn zaken die mij aangaan.  Er moeten bijvoorbeeld trainingen gemaakt worden, er moet een beleidsplan zijn. Daar zitten natuurlijk ook een hoop voetbaltechnische zaken in. Als een rechtsback opkomt, wat moet de rechtshalf dan doen? Maar ook vragen als ‘hoe maken we de aansluiting tussen selectie en recreatie zo goed mogelijk?’ Ook wordt er veel gesproken over de nieuwe voetbalvormen die de KNVB nu weer introduceert. Mijn taak is ook om te bepalen wat wij daar als club mee gaan doen.

Je zult er dan wel een hoop tijd aan kwijt zijn.

‘Zeker, maar ik doe het met heel veel plezier!’

Ligt het accent in de opleiding op het collectieve gedeelte of toch meer op het individuele?

‘Dat is lastig te zeggen. We proberen natuurlijk aan spelers individueel beter te maken, maar aan de andere kant heb je een heel team nodig om een wedstrijd te winnen. We hopen uiteraard op verbeteringen van de spelers zelf, maar wij vonden het ook leuk dat we naar de KFC gingen na drie overwinningen. We doen dat gewoon als een soort beloningssysteem, dat als we goede prestaties leveren, dat we daar ook van mogen en kunnen genieten. Die prestatie is namelijk ook waar je voor traint. Individueel ligt dat anders, want je kunt lastiger aan een speler zo’n systeem opleggen.’

Hoe maak je dan individueel spelers beter?

‘Dat is ook weer iets waarin we verder kunnen professionaliseren. We hebben al een aantal stappen gemaakt. We nemen beelden op, we hebben al programma’s waarin informatie over de spelers staat. Van daaruit kun je dan kijken wat de goede punten en de minder goede punten zijn. Daarover ga je dan in gesprek, want uiteraard is de mening van de speler erg belangrijk. Op die manier probeer je daar stappen in te zetten. Een voorbeeld: als een speler aangeeft dat hij best een aardige actie kan maken maar vindt dat hij nog geen normale pass over dertig meter kan versturen, dan gaan we daar op trainen. Natuurlijk heeft de trainer daar ook kijk op en een standpunt in. Als de trainer dan namelijk zegt dat de koptechniek ook nog wel te wensen overlaat, dan komt dat ook in het programma.’

Tekst loopt door na de afbeelding

IMG_1851.JPG

Maar in hoeverre zijn die trainers dan in staat om spelers individueel nog beter te maken in vergelijking met het collectief, waarmee doorgaans natuurlijk getraind wordt? Met andere woorden, hoe veel tijd houden trainers met dit systeem nog over om spelers daarin te helpen?

‘Op dit moment wordt dat nog wel overgelaten aan de trainers zelf. Het is maar net wat er nodig is om zo’n speler beter te maken. Het hangt ook van het team af. Als je als trainer ziet dat het al een goed team is, dan zal je meer tijd kunnen besteden aan de individuele kwaliteiten. Echter, als je ziet dat het nog niet echt een team is, zal daar meer tijd in moeten worden gestoken. Een ding staat immers voorop: we moeten het met zijn allen doen. Zelfs binnen zo’n grote club geldt dat, en niet alleen in het veld. Ook ernaast, in de kantine en in de bestuurskamer. Het maakt niet uit welke rol je in de club hebt.’

En is dat dan ook de uitstraling die we in deze club zouden moeten hebben?

‘Ja, dat is zeker wat we willen uitstralen. Als je hier binnenkomt, wordt je opgenomen in een familie die zich wil professionaliseren. En precies dat kan alleen als we er met zijn allen hard aan werken.’

En dan even over de trainingen zelf. Hebben we een soort verhouding in belang tussen de vier belangrijkste aspecten in het voetbal: techniek, fysiek, mentaal en tactiek?

‘We hebben een fysiek programma waar de fysieke trainers mee bezig zijn. We hebben een stukje techniek. Het mentale speelt zeker ook een rol, daar is Paul de Willigen bijvoorbeeld mee bezig. Daar kunnen we denk ik nog wel meer gebruik van maken dan we nu al doen. Dat is op dit moment nog wel het ondergeschoven kindje van die vier. Maar feit is dat alle factoren die je net noemt van belang zijn. Ik vind dan ook dat alles wel weer een stapje omhoog mag.’

Sowieso ben je nooit uitgeleerd. Het kan immers altijd beter!

‘Zeker!’

Laten we dan nu even inzoomen op het tactische aspect. Ik weet nog wel dat toen ik in de D3 speelde, ik een bundel mee naar huis kreeg. Daar stond  alles in over de tactiek die gehanteerd zou gaan worden. Als de nummer 6 naar links beweegt en de tegenstander zet hoog druk, wat doet de rechtsback dan. Dat soort dingen stonden daarin. Is dat nog steeds zo?

‘Dat hangt er vanaf. Daar moeten we nu echt een lijn in gaan trekken, omdat dat op dit moment dus nog altijd verschilt per trainer. Wat bij de D nog gebeurde, kon in de C zomaar ineens afgelopen zijn. Dat is inmiddels iets, wat niet meer mag optreden. Daar willen we naartoe. Maar het is zeker niet zo dat dit ten koste zal gaan van de creativiteit die van oorsprong in de spelers zit. Je moet wel ruimte laten voor creativiteit. Wat we wel willen, is zo goed mogelijk duidelijk maken wat er van de spelers verwacht wordt. Dan gaan we nu nog verder uitwerken.’

Tekst loopt door na de afbeelding

IMG_1872

En hoe precies moet dat van het papier af gaan komen?

‘Er komt een opleidingsplan, waar alles in staat. De trainers kunnen de relevante delen doorsturen naar de spelers en dat kan dan weer verwerkt worden in de oefeningen die de trainers gebruiken.’

Het motief in dit verhaal lijkt dat in alles een lijn getrokken moet worden. Hoe precies moet dat in zijn werk gaan?

‘We doen dat door kaders neer te zetten en door mensen neer te zetten die die kaders bewaken.’

En als we VVN nu vergelijken met andere clubs uit de regio, zien we dan verschillen? Of juist overeenkomsten? Zijn er meer club die zo professioneel te werk gaan en stappen proberen te maken?

‘Ik denk dat wij een middenmoter zijn. Wij zijn natuurlijk een van de grootste verenigingen in de regio, en dat maakt het lastig. Er zijn dan zeker ook clubs die ons een aantal stappen voor zijn, zoals TOGB. Ook wij willen dat nu doen. En bij ons is er zo veel jeugd; wij zijn gewoon een grote organisatie.’

Zou het beter zijn als we minder leden hadden?

‘Nee, dat hoeft niet per se. Het is qua communicatie natuurlijk wel handiger om kleiner te zijn. Er zijn dan domweg kortere lijnen. Misschien scheelt het in de kosten ook wel. Maar in een grote organisatie is structuur heel belangrijk. Als je met kleine groepen werkt, kun je gewoon tegen iemand zeggen dat hij iets moet regelen, wat dan vervolgens ook gebeurt. Maar als dat hier gebeurt, dan worden er drie mensen gepasseerd en ontstaan er heel makkelijk misverstanden.

Een grote organisatie heeft echter ook voordelen, bijvoorbeeld dat er meer mensen met kennis van zaken een rol spelen.’

Terug naar het voetbal zelf. Hoe wil het hoofd Jeugd Opleiding dat de teams van Nieuwerkerk voor de dag komen?

‘Als je praat over formaties, dan gaat het binnen VVN al gauw over 4-3-3 met de punt naar achteren. Zo spelen wij graag en dat is dan ook onze basis. Maar eigenlijk willen we ons niet blindstaren op formaties. Wij willen werken met principes. Het principe dat als de tegenstander opbouwt, dan laten we een back vrij. Als die back vervolgens wordt ingespeeld, zetten we volle bak druk. Het principe dat als de bal op onze helft is, we er bovenop zitten. Het principe van verdedigen buiten onze eigen zestienmeter. Dat zijn allemaal dingen die niet afhankelijk zijn van het systeem dat je speelt. Of je nou 4-3-3, 5-3-2 of 4-4-2 speelt, zo willen we spelen.

Maar als we dan toch praten over formaties, wil ik wel graag zeggen dat we onze ploegen wel meerdere systemen willen aanleren. Naast de 4-3-3 willen we ook 3-5-2 leren spelen. Dit omdat de spelers dan tactisch veel sterker worden. Stel je bent rechtshalf. Dan wordt in een 4-3-3 iets heel anders van je verwacht dan in een 3-5-2. Je moet dan heel anders gaan denken, wat je positioneel en tactisch sterker maakt.’

Maar is het dan ook daadwerkelijk zo dat we echt gaan rouleren met die formaties?

‘Nog niet. Echter, dit is zeker wel het plan voor volgend jaar.’

En kiezen we die formatie uit op de tegenstander of gaan we uit van onze eigen kracht? Of allebei?

‘Wij moeten ons kunnen aanpassen, hoewel we een club zijn die uitgaat van de eigen kracht. Soms ben je beter, soms sta je met de rug tegen de muur. Daarop moet de tactiek aangepast kunnen worden.’

Hoe is de sfeer binnen onze club?

‘Ik denk dat ik dat beter aan jou kan vragen. Ik ben wel benieuwd hoe jij de sfeer binnen onze club vindt. Jij hebt alles meegemaakt, dus jij kan dat denk ik beter inschatten dan ik.’

Naar mijn mening heb je de selectie, die vrij serieus is, allemaal in hetzelfde trainingspak loopt en dergelijke, en de recreatie, die echt recreatief is. Maar om nou te zeggen dat het totaal niet vergelijkbaar is, is overdreven. Zo breed is die grens niet. Ook het recreatieve voetbal heeft zo zijn instelling. En als die instelling goed is en de neuzen dezelfde kant op staan, dan is de sfeer goed en bij Nieuwerkerk is dat vaak het geval.

‘Daar maak je een goed punt. Ik vroeg laatst aan de selectiespelers waarom zij hier voetbalden. De antwoorden liepen uiteen, maar kwamen toch vaak wel neer op ‘ik wil winnen’ of ‘ik wil scoren’. Toen vroeg ik ze hoe zij dachten dat een jongen van de F6 op het veld stond. Daar kwamen ze eigenlijk niet goed uit. Toen heb ik ze verteld dat hoe recreatief de F6 ook mag zijn en hoe serieus de selectie is, uiteindelijk iedere voetballer toch het veld op komt om te winnen. Dat is denk ik wat de sfeer op deze club bepaalt.’

Waar staan we over 5 jaar?

‘Over vijf jaar hebben we, denk ik, een vereniging die in balans is, waar op ieder gewenst niveau plezier gemaakt kan worden, waar je elkaar helpt en ondersteunt en waar iedereen dus graag wil voetballen. En op die manier zou het dan mogelijk moeten zijn om het grootste deel van de prestatiegerichte seniorenselecties uit eigen jongens zal bestaan. Dat is het streven.’

Waar ben je zelf over 5 jaar?

‘Wat ik belangrijk vind, is stabiliteit. In de afgelopen zeven jaar hebben we volgens mij 5 hoofd Jeugd Opleidingen gehad. Ik vind echter dat we nu één lijn moeten trekken en die lijn ook moeten bewaken. Daar zal ik dan ook mijn verantwoordelijkheid in nemen.’

Wanneer ben je tevreden met het resultaat?

‘Als we over een tijdje naar deze club kijken en trots kunnen zijn op wat we hier hebben neergezet, dan ben ik dik tevreden!’

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s