Niet tobben, maar fluiten!

In de rubriek Scheidsrechtersbal door Arjen Schep

Daar stond ik dan. Tweeëntwintig jongens keken verwachtingsvol in mijn richting, wachtend op het eerste fluitsignaal. In een vlaag van overmoed had ik mij een week of vier eerder aangemeld voor de scheidsrechtercursus van de club. Na een tweetal instructieavonden, een geslaagde theorietest en een chaotisch verlopen oefenpotje onder begeleiding, stond ik er nu alleen voor. In mijn hagelnieuwe tenue van de club, gewapend met fluit, tossmuntje, schrijfboekje en twee gekleurde kaarten. Wat had me in hemelsnaam bezield dat ik dit wilde? Ophouden met denken nu, fluiten en gaan. Zo gezegd, zo gedaan. Aan welke kant moest ik me ook alweer opstellen bij de aftrap? Wat was me ook alweer verteld over looplijnen tijdens de cursus? In mijn ooghoek zie ik een vlag omhoog gaan. Was het buitenspel? Ik heb het eerlijk gezegd niet gezien. Ik besluit af te gaan op de assistent en fluit voor buitenspel. De vrije trap wordt al genomen. Oh ja, ik had mijn hand in de lucht moeten steken totdat de bal door een andere speler weer was aangeraakt. Het is immers een indirecte vrije trap. Het spel is alweer verder. Koppie erbij houden. Iemand roept ‘hands!’. Ging de bal naar de hand of de hand naar de bal? Ik besluit door te laten voetballen. ‘Doorgaan!’, roep ik veel zelfverzekerder dan ik mij voel. Even later rolt de bal over de achterlijn. Welke partij raakte hem als laatst? Hoekschop of achterbal? Bal over de zijlijn. Wie raakte hem als laatst? Naar welke kant wijs ik op? Ik weet mij uiteindelijk er doorheen te slepen. Het laatste fluitsignaal voelt als een bevrijding. ‘Bedankt scheids’, krijg ik te horen. Het was een dappere poging, denk ik. Met heel wat verbeterpuntjes in mijn hoofd, loop ik van het veld.

Welke partij raakte hem als laatst? Hoekschop of achterbal? Bal over de zijlijn. Wie raakte hem als laatst? Naar welke kant wijs ik op? Ik weet mij uiteindelijk er doorheen te slepen.

Dat is alweer meer dan een jaar geleden. Zonder zelf gevoetbald te hebben, was het beginnen met fluiten best een stap. En regelmatig pak ik achteraf de spelregels er weer bij en kom ik erachter dat ik anders had moeten beslissen. Toch, als ik terugkijk op hoe ik me door die eerste wedstrijden heen heb geworsteld en hoe ik nu een wedstrijd fluit, zie ik zeker vooruitgang. En dat maakt fluiten ook zo leuk: er is altijd ruimte voor verbetering. In het begin dacht ik: als ik nu maar alle spelregels goed op een rijtje heb, dan komt het goed. Inmiddels weet ik beter. Met alleen de spelregels in de hand kom je er niet. Het gaat ook om een zelfverzekerde uitstraling, om duidelijke signalen een goede conditie en dicht op het spel blijven. Maar vooral ook gaat het om communicatie. Want: voetbal is emotie. En soms wat teveel aan emotie. En dat moet je als scheidsrechter dan kanaliseren. Ook dat heb ik door schade en schande afgelopen jaar geleerd. Een wedstrijd liep een keer behoorlijk uit de hand. Destijds dacht ik dat het lag aan de coach die steeds harder en vaker van de zijlijn commentaar had op mijn beslissingen. De spelers trokken op den duur elk fluitsignaal in twijfel, en ik had de grootst mogelijke moeite om de wedstrijd uit te laten spelen. En zeker, dat gedrag van de coach valt nog steeds niet goed te keuren, maar inmiddels weet ik dat het ook aan mij lag. Ik had bij het eerste commentaar van de coach al strak moeten ingrijpen en veel minder de dingen op hun beloop moeten laten. Sindsdien ben ik ook meer gaan communiceren, zo wel voor als tijdens de wedstrijd. Zowel naar coaches, assistenten als naar spelers toe. Zodra er iets negatiefs naar mij wordt geroepen, leg ik het spel stil en ga ik het gesprek aan.

En zeker, dat gedrag van de coach valt nog steeds niet goed te keuren, maar inmiddels weet ik dat het ook aan mij lag.

De beste wedstrijden fluit ik als ik echt in het spel kom. Dat ik een situatie zie en direct beslis, zonder nadenken of twijfel. Dan ben ik helemaal ‘in the zone’, in het moment. Niet tobben, maar fluiten. Dat realiseren spelers, coaches of toeschouwers onvoldoende: commentaar op de scheidsrechter of assistenten kan niet alleen tot hele vervelende uitwassen leiden, het heeft ook een negatief effect op de prestaties van de scheidsrechter. Althans, wel op die van mij. In plaats van dat ik helemaal opga in het spel, ben ik vanaf het moment dat er iets naar me wordt geroepen, afgeleid en sla ik aan het denken. ‘Hebben ze gelijk? Moet ik strakker gaan fluiten? In plaats van met de wedstrijd bezig te zijn en op te gaan in het spel, ben ik aan het tobben geslagen. En voor ik het weet, is er iets op het veld gebeurd, zonder dat ik het goed heb gezien. En neem ik een verkeerde beslissing.

Ik kijk elke week weer uit naar de zaterdag om te kunnen fluiten. Geluk kan dan heel simpel zijn. In de buitenlucht met een bal, 22 spelers die het naar hun zin hebben en een scheidsrechter die ‘in the zone’ is.

Arjan Schep-009

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s