THE MAKING OF: FRED SOKOLOWSKI, HET KASTEEL EN DE SPROOKJESVOETBALLER

Door Willem Schouten

Het was al licht, toen ik in de vroege ochtend in hartje Amsterdam, voor café De Pels, in een zijstraat van de Herengracht Zeger van Herwaarden begroette. Plaats van handeling de stamkroeg van de redactie van Hard Gras, het voetbaltijdschrift voor lezers. Collega-redacteuren Hugo Borst en Henk Spaan zitten aan de bar. Matthijs van Nieuwkerk ijsbeert al telefonerend door de kroeg. Zeger en ik zoeken een rustig plekje op, onder het toeziend oog van een ingelijste foto van Johan Cruijff. Wat volgt is een gesprek over het verhaal achter hét verhaal.

voetbalplaatje_zeger_van_herwaarden_large

‘De beginregel is inderdaad een referentie naar het verhaal ‘God in Venlo’ van Jules Deelder (In de vroege jaren vijftig, toen de bal nog bruin was, enz.), een van de andere helden uit mijn tienertijd in de jaren tachtig. Het verhaal over Cruijff ontstaat natuurlijk vanuit de ontmoeting en de handtekening op het Kasteel. Van daaruit heb ik heb het één en ander bij elkaar gesmokkeld.

Ik heb gespeeld met de tijd en gebeurtenissen. In het seizoen ‘83/’84 toen Cruijff bij Feyenoord speelde, waren wij al verhuisd naar Krimpen aan den IJssel en speelde ik bij DCV.

Gevoelsmatig paste Nieuwerkerk beter bij mijn verhaal over Sparta, Het Kasteel en Johan Cruijff dan Krimpen. Het is een verhaal van de jonge voetbalfanaat. Over de verbazing, verwondering en bewondering van voetballers. Het jagen op handtekeningen van je helden. Van 1973 tot 1982 woonden we in Nieuwerkerk aan den IJssel. Ik ben in de zomer van 1980 lid geworden van VV Nieuwerkerk. Er waren toen nog geen F-jes. Ik speelde in de E7 onder leiding van meneer Brands. Zijn zoontjes Remco en Marco speelden ook in ons team. Het jaar erna kwam ik in de E1 met jongens als Frank Hazenbroek, Toby Visser en Peter van Herwaarden (geen familie). Op zondag ging ik vaak met mijn vader naar het eerste elftal kijken. We stonden altijd aan de lange zijde rond de middenlijn, met achter ons dichte bosjes en struiken, en daarachter de grasvelden en buitenbaden van het Polderbad.

Eén van de spelers die ik altijd onthouden heb is Fred Sokolowski. Hij had een markante kop met snor en krullen. Een oersterk en gedrongen lichaam.

De verbazingwekkende omhaal was evenwel niet van hem, maar van ene Eddy de Graaf, dacht ik. Sokolowski legde de bal in werkelijkheid vanaf rand doelgebied ter hoogte van de tweede paal met het hoofd terug op Eddy, die ergens tussen penaltystip en randje 16-meter ‘onvergetelijk fantastisch’ afrondde. De omhaal zeilde hard en hoog in het doel van het hoofdveld, schuin voor de kantine. Ik heb de goal (en niet slechts de assist) aan Sokolowski toegeschreven omdat ik zijn naam zo mooi vond en vanwege zijn karakteristieke voorkomen.’

We lopen uit de tijd. Henk Spaan en Hugo Borst beginnen met bierviltjes te gooien. De redactievergadering staat op het punt van beginnen. We nemen afscheid. Ik sla virtueel rechtsaf richting Centraal Station. Terug naar Dorrestein. Het Betondorp van Nieuwerkerk. ‘Wat Zeger kan, kan ik ook’, denk ik als de trein langzaam in beweging komt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s