Scheidsrechtersbal: Disciplinaire straffen (geel en rood)

Direct, indirect, rood, geel… of wellicht niks?

‘Een speler maakt zich schuldig aan onsportief gedrag’; is het dan géén kaart, een gele kaart of misschien wel een rode kaart? Bij sommige overtredingen is het voor iedereen heel duidelijk welke actie de scheidsrechter zal ondernemen, maar soms ontstaat ook twijfel. Dus komt onderstaande uitleg ook voor spelers van vv Nieuwerkerk regelmatig van pas.

We behandelen in deze scheidsrechtersbal de disciplinaire straffen (gele kaart en rode kaart)

Gele kaart (Strafcode 1)

Een speler ontvangt de gele kaart getoond, als hij één van de zeven hieronder volgende overtredingen begaat:

  1. onsportief gedrag;
  2. door woord of gebaar tonen het niet eens te zijn met een beslissing van de scheidsrechter;
  3. de uitvoering van een spelhervatting vertragen;
  4. herhaaldelijk de spelregels overtreden, behalve buitenspel staan;
  5. niet de vereiste afstand in acht nemen bij een hoekschop, vrije schop of inworp;
  6. het speelveld (opnieuw) betreden zonder toestemming van de scheidsrechter;
  7. doelbewust het speelveld verlaten zonder toestemming van de scheidsrechter.

Ook een wisselspeler, gewisselde speler of teamofficial (amateurvoetbal) kan de gele kaart krijgen.

rodekaart3

Veldverwijdering (= rode kaart)

De scheidsrechter stuurt een speler, wisselspeler of gewisselde speler van het speelveld (rode kaart) als hij één van de volgende overtredingen begaat:

Voorkomen van een doelpunt of ontnemen van een duidelijke scoringskans = Strafcode 2

Scheidsrechters moeten hierbij de volgende punten in ogenschouw nemen:

  • De afstand tussen de overtreding en het doel;
  • De waarschijnlijkheid, dat de bal in bezit blijft of komt;
  •  De richting van het spel;
  • Het aantal en de plaats van de verdedigers;

LET OP: Als de scheidsrechter de voordeelregel toepast bij een duidelijke scoringskans en er wordt onmiddellijk een doelpunt gescoord, ondanks het feit dat de tegenstander hands maakte of een overtreding beging, dan kan de speler niet meer van het speelveld worden gezonden, maar dan moet de speler alsnog een gele kaart ontvangen.

Ernstig gemeen spel (tijdens een duel om de bal) = Strafcode 3

Een speler maakt zich schuldig aan ernstig gemeen spel, als hij speelt met buitensporige inzet of geweld gebruikt tegenover een tegenstander tijdens een duel om de bal.

In gevallen van ernstig gemeen spel moet geen voordeelregel worden toegepast, tenzij er sprake is van een duidelijke scoringskans. De scheidsrechter moet de speler, die zich schuldig maakte aan ernstig gemeen spel (en waarbij eerst voordeel is toegepast) van het speelveld zenden zodra de bal uit het spel is.

Gewelddadige handeling (buiten een duel om de bal) = Strafcode 4

Deze strafcode is van toepassing als een speler (of een persoon die mag plaatsnemen op de bank) buitensporige inzet of geweld gebruikt, zonder dat dit in strijd om de bal is. Dit kan ook ten opzichte van een ploeggenoot, toeschouwer, wedstrijdofficial of enig ander persoon zijn. Een gewelddadige handeling kan plaatsvinden op het speelveld of daarbuiten en het maakt niet uit of de bal in het spel is.

 Beledigen = Strafcode 5

Een speler (of een persoon die mag plaatsnemen op de bank) die grove, beledigende taal of een scheldwoord gebruikt, en/of gebaren maakt die grof of beledigend zijn, dient van het speelveld te worden gezonden. (o.a. verwijzingen naar ziektes, geslachtsdelen, discriminerende opmerkingen of uitingen).  Ook het maken van gebaren die grof of beledigend zijn, is strafbaar. De scheidsrechter moet rekening houden met de ernst (heftigheid) ervan.

Bedreigen = Strafcode 6

Een speler (of een persoon die mag plaatsnemen op de bank) die zich schuldig maakt aan het bedreigen van een tegenstander, maar ook van een ploeggenoot, toeschouwer, wedstrijdofficial of enig ander persoon, dient van het speelveld te worden gezonden. Een bedreiging aan het adres van een persoon kan zowel verbaal (mondeling) als non-verbaal (gebaar) zijn.

Het wegduwen en vastgrijpen bij een opstootje dient te worden bestraft met een gele kaart als de scheidsrechter deze handelingen als niet-gewelddadig beoordeeld. De aanstichters van het opstootje (meestal twee personen) worden dan bestraft met een gele kaart. De scheidsrechter houdt de bevoegdheid om te bepalen of er sprake is van een bedreiging.

Spuwen = Strafcode 7

Een speler (of een persoon die mag plaatsnemen op de bank) die zich schuldig maakt aan het spuwen van of naar een tegenstander of andere personen, dient van het speelveld te worden gezonden. Spuwen is een smerige handeling die vaak uit minachting voor een persoon wordt gepleegd en dit dient dus streng te worden aangepakt.

Ook voor en na de wedstrijd

In het amateurvoetbal begint het gezag van de scheidsrechter en wordt de uitoefening van de macht over de spelers, wisselspelers en teamofficials effectief, zodra hij zijn kleedkamer verlaat op weg naar het speelveld voor het begin van de wedstrijd en eindigt dit bij het betreden van zijn kleedkamer na het laatste fluitsignaal. Dit betekent dat een scheidsrechter de gele of rode kaart kan tonen aan spelers en wisselspelers vanaf het moment dat hij zijn kleedkamer verlaat tot aan het moment dat hij zijn kleedkamer weer betreedt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s